Maligne Histiocytose en Levershunt

Maligne Histiocytose

HISTIOCYTAIR SARCOOM - MALIGNE HISTIOCYTOSE COMPLEX EN HET ONDERZOEK NAAR DE ERFELIJKE ACHTERGROND:

Oproep aan veteranen:

Dit voorjaar werd bekend dat een eerste koppeling tussen veranderingen in een gebied van het erfelijk materiaal en de aanwezigheid van HS – MH was vastgesteld in New York. De met de Universiteit Utrecht samenwerkende onderzoekers weten dan nog niet om welk gen het gaat, maar wel dat er reden is om in dit gebied verder te speuren.

Deze week kregen we te horen dat er ook duidelijk verschillen bestaan in de familie-opbouw van de Berner Sennen-populaties in de USA en Nederland. Nu is dat niet verwonderlijk. Wel maakt dit verschil het lastiger om het doel van het onderzoek, de bepaling van de erfelijke achtergrond van de ziekte, snel te bereiken. Om dit probleem te verkleinen, is dringend bloed nodig van een groter aantal gezonde veteranen.

Derhalve de oproep om bij gezonde Berners van 8 jaar of ouder bloed te laten afnemen. Toelating tot de controle groep gebeurt weliswaar pas bij dieren die nog 2 jaar langer hun gezonde status weten vast te houden (>10 jaar), maar op deze manier lopen we minder risico dat veteranen hun waardevolle bijdrage tot dit onderzoek niet kunnen leveren.

Uiteraard blijven we graag op de hoogte van de gezondheidstoestand van veteranen die bloed hebben gedoneerd.

Dr. G. R. Rutteman (UKG / Wagenrenk, 01-06-2006)

Het maligne, histiocytair sarcoom (HS) is een tumor van histiocytaire cellen welke hun oorsprong in het beenmerg vinden. Hun normale functie betreft de afweer.

(1) Een eerste vorm van het histiocytair sarcoom betreft het optreden van gelokaliseerde tumoren met name in onderhuidse weke delen, of van structuren nabij gewrichten, maar ook andere locaties zijn beschreven; naast sterke lokale infiltratie (vorming van uitlopers) treedt verspreiding naar regionale lymfknopen en vandaar naar inwendige organen (longen, lever, milt) op in een groot aantal gevallen, veelal binnen 1 jaar na verwijdering van de primaire tumor. Deze vorm wordt veel aangetroffen bij de Flatcoated Retriever, met als klinisch symptoom gezwelvorming en of kreupelheid en vormt naar schatting 20% van de maligne histiocytaire tumoren bij de Berner Sennenhond.

(2) Bij andere dieren openbaart het histiocytair sarcoom zich in eerste instantie als een tumor met direct meerdere haarden in één of meer inwendige organen, zoals longen, milt, lever, nieren, lymfeklieren in buik of borstholte, beenmerg en soms centrale zenuwstelsel. Vaak is de naam maligne histiocytose (MH) hiervoor gebruikt. In welk inwendig orgaan de tumor begint (primaire locatie), is vaak niet aan te duiden. Het klinisch verloop wordt gekenmerkt door een snelle verslechtering. Deze ziektevorm maakt zo’n 80% uit van de kwaadaardige histiocytaire tumoren bij de Berner Sennenhond en komt voor bij middelbaar tot oudere honden. Een enkele maal is MH gezien bij dieren onder de twee jaar. De de kans van optreden van HS/MH is sterk verhoogd bij de Berner Sennenhond en bij de Flatcoated retrievers. De ziekte-vorm MH is voor het eerst bij de mens beschreven in 1939, bij de hond in 1978.

De meest voorkomende klinische symptomen zijn :

- gebrekkige eetlust (anorexie)

- gewichtsverlies

- extreme sloomheid (apathie)

- bloedarmoede / verhoogde bloedafbraak (anemie)

- hoesten , kuchen en hijgen , respiratoire problemen

De diagnose HS of MH wordt gesteld op basis van klinische verschijnselen, aangevuld met röntgenonderzoek en/of echografisch onderzoek en cytologisch/histologisch onderzoek van biopten (weefsel uitstrijkjes) uit aangetaste weefsels (tumoren).

Terwijl honden met HS – mits bij presentatie nog geen zichtbare uitzaaiingen aanwezig zijn – soms extra tijd van leven is gegund door chirurgie, kent MH een snel en progressief karakter, waarvoor op dit moment nog GEEN adequate therapie voor handen is. Bestaande behandelingsmethoden zijn slechts levensverlengend (weken ??). Een mogelijke ontwikkeling betreft een nieuwe vorm van medicinale therapie, welke op korte termijn op de Universiteitskliniek Gezelschapsdieren, is samenwerking met Nederlandse veterinair specialisten onderzocht zal gaan worden.

HS en in mindere mate MH vormen samen één van de meest voorkomende sterfte-oorzaken bij Berner Sennenhonden. Door het insturen van overlijdensformulieren willen we meer inzicht krijgen op welke leeftijd en in welke mate MH voorkomt en of in bepaalde lijnen MH vaker voorkomt. Door middel van DNA-onderzoek kan het gen of de genen opgespoord worden die verantwoordelijk zijn voor de ziekte, zodat we in de toekomst met een gericht fokbeleid de sterfte als gevolg van MH kunnen terugdringen.

Eind 2004 is er voor dit onderzoek een samenwerking tot stand gekomen tussen de faculteit voor Diergeneeskunde in Utrecht, de Universiteit van Cambridge en Amerikaanse wetenschappelijke instituten.

Bloed en weefsel van Berner Sennenhonden met verdenking op kwaadaardige histiocytaire tumoren:

Wij vragen medewerking middels het verzoek om uw dierenarts bloed (2x4 ml in EDTA-buis) en weefsel van Berners met verdenking op HS/MH op te laten sturen met het volledig ingevulde officiële bloed monster formulier vergezeld van een 5 generatiestamboom van de hond. Dit samen met een kopie van het klinische rapport en rapport van weefselonderzoek. Indien de hond komt te overlijden, is het zeer gewenst een stukje tumorweefsel verzameld na de dood en in formaline (‘sterk water’) gedaan, in te sturen voor een definitieve bevestiging.

NB.

Weefselonderzoek van alle andere typen tumoren, dat dient als diagnostiek vooraf aan een eventuele behandeling, dient via de reguliere kanalen (tegen kostprijs) door uw dierenarts te worden ingestuurd.

Berners van 10 jaar en ouder:

Voor het DNA onderzoek is eveneens en dringend bloed van gezonde Berners nodig, om precies te zijn, dieren van 10 jaar en ouder. Deze honden hebben een sterk verminderde kans om nog Histiocytair Sarcoom of Maligne Histiocytose te krijgen. Hun DNA wordt daarom gebruikt om genetische verschillen op te sporen. Ook hier gaarne een verklaring, in dit geval inhoudende dat geen kwaadaardige tumoren zijn opgetreden, en met melding van eventueel optreden van goedaardige tumoren (met kopie van rapport), en een kopie van de stamboom.

Ondersteun het onderzoek en laat bloed afnemen als u de hond laat enten bijvoorbeeld, of op veteranendagen.
 

Dr. G.R. Rutteman, specialist veterinaire oncologie

Universiteitskliniek Gezelschapsdieren,

postbus 80.154,

3508 TD Utrecht


VSC De Wagenrenk,

Keijenbergseweg 18,

6705 BN Wageningen

Levershunt

Levershunt testen, heel belangrijk!

Levershunt is ook bij de Berner Sennenhond bekend, daarom laten wij de pups die bij ons geboren worden op levershunt testen, op de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht, en tevens laten wij het DNA dan opslaan in een databank. Via de werkgroep gezondheid van de Vereniging de Berner Sennenhond (VBSH), kunt u aan de formulieren voor de test komen.


Een eenvoudige bloedafname vindt plaats bij de pups, binnen een uur weet u of de pup lijder is of niet. Als blijkt dat de geteste pup geen levershuntlijder is, wil dit nog niet zeggen dat de pup geen drager is. Helaas is het gen, wat de shunt veroorzaakt, nog niet bekend. Het onderzoek is nog in volle gang en zal hopelijk in 2011 bekend zijn.


Als blijkt dat een pup wel levershuntlijder is, betekent het dat beide ouders drager zijn van het gen wat levershunt veroorzaakt. Als één ouder drager is zal er geen levershunt bij de pup voorkomen, maar kan de pup wel drager zijn van het gen.


Voor hen die niet weten wat een levershunt is: het is een abnormaal bloedvat dat in een gezonde volwassen hond afwezig is en dat een verbinding vormt tussen de vena porta ( poortader) en een andere grote ader, in het lichaam. Het is dus een ader die na de geboorte hoort te sluiten. Als de ader niet gesloten is noemen we dit:

LEVERSHUNT!


Er zijn twee soorten levershunt, bij de grote rassen komt de "Intrahepatische shunt"; de shunt bevindt zich dan

IN de lever, het meeste voor.


Bij de kleine rassen komt de "Extrahepatische shunt", voor, deze loopt

OM de lever heen.

De gevolgen zijn voor alle honden gelijk namelijk onvoldoende groei van de lever, geen reiniging van giftige stoffen uit het bloed die vanuit het maag-darmkanaal komen en een afwijkende stofwisseling die gevolgen heeft voor de vertering van vet, koolhydraten, eiwitten, vitamines enzovoort.


Gevolgen voor de groei van de lever:

*Een pup wordt geboren met een normale levergrootte,

*maar vrijwel geen bloed gaat via de poortader naar de lever vanaf de geboorte,

*de lever heeft groeifactoren, insuline en IGF's (groeifactoren), nodig om te kunnen uitgroeien,

* en terwijl de pup groeit, groeit de lever niet mee.

*Daarom moet een levershuntlijder, indien mogelijk, altijd geopereerd worden, of de pup in laten slapen, het gaat niet vanzelf over, kortom het is dodelijk.

Op basis van een DNA-test kan hopelijk over twee jaar advies gegeven worden over de combinatie ouderdieren om te voorkomen dat er lijders geboren worden. Met behulp van een DNA-test kan dan een aandoening uit de populatie gefokt worden.


"HIERBIJ HOEVEN GEEN OUDERDIEREN VAN DE FOK TE WORDEN UITGESLOTEN!"


Als u fokt volgens de regels van de VBSH, wordt er op de raskeuring, verplicht, bloed afgenomen bij uw hond. Het DNA wordt opgeslagen in een databank op de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht, het DNA kan men gebruiken om erfelijke aandoeningen zoals Levershunt, die bij de Berner Sennenhond voorkomen op te sporen.



Heel belangrijk dus!!!!